Ik speelde eens met mijn absurde theatergroep Fruit, in een villa, ergens in het Gooi. De ceo’s wilden weleens iets anders. In een kamer als een kathedraal zongen wij onze rare komische liederen. Het gezelschap hoorde het in stilte aan. Soms hoorde je een grinnik.
Maar na ons laatste nummer, dat over een zwaan ging, verschoof er iets. Een keurige dame pakte een accordeon en begon te zingen. Er was iets losgemaakt. Er werd gezongen, volksliedjes, door mensen die stof en spinrag in hun keel hadden. De noblesse gedroeg zich of ze in café Nol stonden. Ik keek er naar, pakte de envelop, ging naar boven om de gitaar in te pakken en toen ik beneden kwam was iedereen weer even ijzig en lijzig als voorheen.
‘Normaal doen we elke maand een strijkje,’ grijnsde de voorzitter.
Mijnheer Oplawaai wandelde langs een veld waarop een circustent was geplant. Hij dacht nog: ‘Een circus en dat in de winter, in mijn stad?’
Op het veld zag hij een kleurige clown. Grote flapschoenen, rode neus. Mijnheer Oplawaai was bang voor clowns. Dat had hij opgelopen in zijn jeugd. Een clown had hem toen achternagezeten met een mes. Door in een steeg te duiken, ontkwam hij aan de kinderkiller.
Mijnheer Oplawaai wist wel dat hij een rare angst had, maar het overviel hem toch. Hij bleef verstijfd staan. En dat deed de clown ook. De clown stond als een lantaarnpaal op het veld met de handen tegen zijn oren.
Plotseling rende de artiest een rondje over het gras en verdween via een trapje in een moderne camper. Mijnheer Oplawaai aarzelde. Hij had een nieuwsgierigheid die hem voortdreef. Hij zag de deur openstaan. Hij naderde voorzichtig en kon de clown zien liggen.
‘Kan ik u helpen?’ riep mijnheer Oplawaai. De clown gaf geen antwoord. Mijnheer Oplawaai kwam dichterbij.
‘Het gaat niet meer,’ jammerde de clown. ‘Ik kan het niet meer.’
Mijnheer Oplawaai zei niets. Dat had hij geleerd in zijn lange leven. Het is beter te luisteren naar de klachten.
‘Ik wil de piste in, maar ik heb paniekaanvallen.’ Hij smeet zijn rode neus door de wagen en stampte op de vloer. ‘Ik tril, ik zweet, ik val flauw als ik aan publiek denk.’
Mijnheer Oplawaai pakte de rode neus en keek rond in de ruimte. Het was eenvoudig ingericht. Niets aan het interieur deed denken aan het circusleven.
‘Misschien moet u een glaasje water nemen,’ zei hij. Hij wist dat dat nergens op sloeg, maar kon geen betere woorden bedenken. Wat zeg je tegen een clown die in een crisis verkeert?
‘De voorstelling begint over vijftien minuten,’ zei de radeloze man. Hij pauzeerde en keek toen mijnheer Oplawaai lang aan. Met een bevende arm wees hij naar hem en zei: ‘U moet gaan, u moet die piste in, doe het voor mij!’
Mijnheer Oplawaai schudde zijn hoofd. ‘Ik ben boekhouder,’ zei hij. ‘Om mij wordt nooit gelachen. Ik lever bestanden en daarna hoor ik nooit iets van iemand. Maar dat is mijn werk. Het is onzichtbaar.’
‘Dat wil ik ook!’ schreeuwde de clown. ‘Dat wil ik ook! Hoe word je dat, dat eh, boekhouwer?’
‘Wel,’ zei mijnheer Oplawaai. ‘Je moet allereerst goed kunnen rekenen, kunt u dat?”
‘Met de computer kan het,’ zei de man en hij wreef over zijn voorhoofd. ‘En sjetsjiepietie.’
Daar had mijnheer Oplawaai van gehoord. Hij staarde weemoedig naar buiten door de kleine ramen. Hij zag een man bij de grenzen van het terrein staan, met een grote, bruine zak in zijn hand. De zak bobbelde raar, zag hij. Even aarzelde de man. Hij was een jongeman met glimmende rode sportschoenen en een paarse campingsmoking. Zijn haar was lang, blond en vlassig. In zijn rechteroor droeg hij een grote zilveren ring. ‘Dat zal je schoonzoon zijn,’ dacht mijnheer Oplawaai en hij besefte dat hij in hokjes dacht. Misschien was de man wel aardig. In ieder geval wierp hij de zak in de sloot en rende weg. Dat wegrennen maakte mijnheer Oplawaai argwanend. Hij zei: ‘Ogenblikje,’ tegen
de clown en daalde het trappetje af. De zak dreef nog in het water. Er kwam geluid uit. Een scherp piepen, als van een remmende auto. Tien seconden later was hij bij de sloot.
De zak dreef niet ver van de kant. Het was een juten zak. Een centimeter of vijftig groot. Hij stak al half onder water. Mijnheer Oplawaai trok zijn schoenen uit en stapte in de prut. Het was koud. Met zijn rechterhand wist hij het voorwerp te pakken, maar het optillen was niet eenvoudig. Het was, omdat het water had opgenomen, zwaar. Hij spande zijn armspieren en trok het baaltje naar zich toe. Toen hij daarmee de kant op wilde klimmen, zakte hij tweemaal terug en verdween tot zijn middel in het Hollandse kroos. Maar hij zette door en legde de zak op het land.
Nu bekroop hem de angst dat er misschien een hoofd in zou zitten, of ledematen. Zoiets had hij weleens gezien in een misdaadprogramma. Daarom opende hij met trillende handen de zak, door het touw dat eraan vastzat, los te maken.
Tot zijn verrassing zat er iets heel anders in.
‘Wat bent u aan het doen?’ de clown stond achter hem.
Mijnheer Oplawaai toonde de diertjes. Twee cyperse katjes. Drijfnat en hysterisch maaiend met hun pootjes.
‘Wat is dat?’ wees de clown.
‘Kat,’ zei de boekhouder. ‘U heeft weleens een kat gezien?’
De clown nam de poesjes over die zich heftig verzetten.
‘Wie doet nu zoiets?’
Mijnheer Oplawaai en de clown zaten in de woonwagen. De directeur van het circus was er bijgekomen. Hij gaf droge kleren aan Oplawaai. De broek was veel te groot. ‘Nu lijk ik ook een clown,’ lachte hij. ‘U bent een held,’ zei de manager.
‘Ja,’ zuchtte Oplawaai, want hij wist dat zijn vrouw zou gaan zeuren over de doorweekte kleding.
‘Maar om het even over een andere zaak te hebben: ik heb deze mijnheer gesproken en hij heeft last van plankenkoorts. Een heftige vorm. Ik denk daarom dat het goed zou zijn als hij deze katten mag houden. Katten helpen tegen stress. Dat is bewezen. En ze zijn goedkoper dan een coach.’
‘Hoe weet u dat ik dat wilde voorstellen? Ik heb prima ervaringen met coachtrajecten.’
‘Niet bij deze clown. Hij is te gevoelig. Laat hem deze katten houden.’
‘Het is tegen de regels.’
Toch mocht de man de katten houden.
‘Ik dien mijn ontslag in,’ sprak hij plechtig. Hij leek opgelucht na het uitspreken van de woorden.
Mijnheer Oplawaai arriveerde bij zijn zieke vrouw. Ze moest heel hard om hem lachen.
‘Wat een clownsbroek heb je aan,’ zei ze. ‘Wat heb je gedaan? Je hoefde toch alleen een paar koekjes te halen?’
‘Ja,’ zuchtte hij en zette de rode dop op zijn neus. ‘Ik heb een clown geholpen en twee katten gered.’
‘Goed van je.’
‘Ja, we hebben ze een naam gegeven: Nervo en Depri.
‘Wat een rare namen.’
‘Ik ga een andere broek pakken,’ zei mijnheer Oplawaai en hij dacht aan de laatste woorden van de clown. Het aanbod om de camper te kopen. Hij zou er over nadenken, had hij geantwoord.
Some weeks ago I noticed this photo of the Beatles on the internet, and I added some words: ‘John looks like a rabbi.’
I was very surprised when I later discovered that I had got a like from sir Paul McCartney and Ringo Starr. Probably they had the same idea about the beard and hat of Lennon. It is a strange idea to get likes from the most famous people on the planet.
Als ze uitgevlogen zijn, blijft het nestje achter. Tijd om eens te gaan kijken, schoon te maken. Dat dachten mijn ouders. Maar mijn vader wilde de ladder niet op. Nou, ik vond het prima. En toen ik daar op de hoogste trede stond, zag ik ze springen. Kleine monsters, taaie overlevers, bloedzuigers. Zwart, piepklein, maar met grote sprongen.
Op mijn armen en op mijn jas. Ze lachten draconisch naar me.
Mijn moeder zei: ‘Elke keer als ik er langs loop, voel ik gekriebel in mijn nek.’
Nee toch.
Het deurtje voorzichtig opengemaakt en het nestje er uitgehaald. Een prachtig kunstwerk, rond, mooi geweven.
Hoe is het mogelijk dat een vogeltje zoiets voor elkaar krijgt, aangezien hij zijn pootjes niet kan gebruiken voor het handwerk?
De hophoppers veroverden mij ondertussen, terwijl ik mij als belegeraar haastig terugtrok.
Ik wierp mijn jas van mij af en vroeg om een emmer water met sop. Daar houden ze niet van. Vroeger stopten we onze hond Joost weleens in bad om de Draculaatjes weg te laten zwemmen. Massaal verlieten zij het heerlijke hondenparadijs en konden wij de terrordiertjes opvissen.
Het huisje zag er weer schoon uit. De ettertjes hupten over het gras. Ik heb geen medelijden met ze, omdat ze ons toch wel overleven. Waarom bestaan ze eigenlijk? Welke rol spelen ze in de voedselketen? Net als muggen kan ik niet bedenken wat hun toegevoegde waarde is.
Kleine vogeltjes leegdrinken, het is een schande. Hier moet de politiek eens iets tegen doen!
Lijdend voorwerp: een anekdote uit de opleiding Nederlandse taal-en letterkunde
Wij, studenten Nederlands, hadden een vreemde indruk van student A. die geen contact met ons wilde en er daarnaast opgejaagd uitzag. Je wist niet wie hij was of waar hij vandaan kwam. Vorige week besprak hij het Stenen Bruidsbed van Mulisch in de recordtijd van 25 seconden. Vandaag stond hij op de rol voor een klassikale uitleg van het lijdend voorwerp.
Hij droeg een grijze bodywarmer, donkere trainingsbroek en hij had een te opzichtig polshorloge. Hij streek door zijn donkere, warrige haar en startte een video.
‘Jullie gaan nu een film over het lijdend voorwerp zien,’ zei hij en gaf verder geen toelichting. De film startte. We zagen twee heren gekleed in een sportbroekje, met bokshandschoenen, in een soort kooi. Een kooigevecht. Een ieniemienie scheidsrechter gaf een teken dat de strijd kon beginnen.
Daarna gingen de krijgers elkaar slopen. Botten kraakten, armen en benen werden achterstevoren gedraaid. Het was binnen 2 minuten gepiept. De ene vechtersbaas was duidelijk niet meer op aarde en werd weggesleept. We vermoeden voer voor de act met tijgers.
Onze collega stopte de film. ‘Nu weten jullie wat een lijdend voorwerp is,’ zei hij verlegen. We hebben hem daarna niet meer terug gezien. Gebast.
Zojuist, vrijdag 24-10-2025, om 15.37, werd een bericht gepubliceerd door NH nieuws dat de Heerhugowaardse jongen Tijn Gielen, die vermist was sinds 12 september, is aangetroffen. Hij is overleden. Een verdrietig bericht. Een jong leven dat een voortijdig einde beleefde. We denken aan de familie voor wie dit alles een grote schok moet zijn. Waar Tijn is gevonden en wie hiervoor verantwoordelijk is, moet nog verder worden onderzocht. Ik hoop dat deze jongen vrede vindt in het Licht.
Update: Gisteren, 16 oktober, verschenen er berichten in de media dat er twee mannen van in de dertig zijn aangehouden in verband met de verdwijning van Tijn. Zij zitten nog vast. Ook is inmiddels duidelijk geworden dat Tijn niet voor het laatst gezien is in de Dollardstraat in Alkmaar. Dat bleek een vergissing te zijn. De hoop is dat er een doorbraak komt in dit dra. Want niemand mag zomaar verdwijnen!
Een maand geleden verdween op 12 september, de rustige jongeman Tijn. Hij was 25 en reed op een grijze fiets van Heerhugowaard naar Alkmaar. Maar hij kwam niet thuis.
Zijn telefoon staat uit. Hij werd voor het laatst gezien bij de bibliotheek in Alkmaar-Noord. Het tijdstip van deze waarneming weet ik niet.
Omdat Tijn naar verluidt geen contact in de onderwereld onderhoudt, is deze verdwijning een groot mysterie. De buurt waar hij voor het laatst gezien werd, ken ik goed. En ik weet uit ervaring dat er altijd mensen zijn en dat het altijd druk is. Zomaar verdwijnen in een wijk als de Mare is bijzonder.
Nog specialer wordt de verdwijning omdat de fiets van de jongeman gevonden is voor de deur van de bibliotheek. Hij heeft zijn fiets daar geparkeerd en is gaan lopen. Of iemand anders heeft de fiets daar weer neer gezet. Dat laatste lijkt me minder waarschijnlijk.
In de Rekerhout, een klein park, is flink gezocht door teams en door de politie. Er werd geen spoor van de jongen gevonden. De Rekerhout is ’s nachts een bijzonder donker park, iemand iets aandoen kan daar ongezien, maar een lichaam verbergen lijkt me lastig.
Lantaarnpaal Alkmaar
Is Tijn dan bij iemand in een auto gestapt? De informatie die de politie geeft is heel summier. Zijn achternaam zien we aangeplakt op lantaarnpalen in Alkmaar, een wanhopige poging van de familie. Ook over Tijns leven weten we niet veel. Niet veel meer dan dat hij rustig was en op een grijze fiets reed.
In de meeste vermissingszaken wordt binnen enige tijd het lichaam van de vermiste gevonden en kunnen familieleden afscheid nemen. Daarom van mijn kant de oproep als je deze jongen ergens gezien het, dit te melden bij de politie. Ook als het je onbelangrijk lijkt. Hij moet gevonden worden.
Ik zet hieronder de link naar het televisieprogramma Opsporing Verzocht. In het programma zijn beelden te zien gemaakt door de camera van een geldautomaat. Tijn kijkt tijdens het pinnen erg goed om zich heen. Vreesde hij iemand? Wat was het tijdstip ven het pinnen en waar gebeurde dit?
Afgelopen woensdag 8 oktober deed ik mee in de Grote Alkmaarse middagoptocht. (Dit feest is ter ere van het Alkmaars ontzet. De strijd tegen de Spanjaard eindigde op 8 oktober 1573.) Ik reed mee op de wagen met het Venetiaanse carnaval. Ik was de pestvogel. Ik danste gedurende de tocht twee uur lang allerlei walsen, daarbij gehinderd door het masker. Ik zag weinig tot niets en de kar wiebelde. Niet veel mensen hebben mij in deze hoedanigheid herkend. Het was heel leuk om te doen. Wat een feest!
Foto van Kris en Lisanne, overgenomen van de website: Koudekaas van Scarlet.
De pagina’s die ik wijd aan deze verloren vrouwen zijn bedoeld om hen te blijven herinneren en een antwoord op de vragen te krijgen. Ook andere vermiste personen verdienen aandacht. Blijf naar ze uitkijken. Niemand mag zomaar verdwijnen en zijn familie met zoveel pijn achterlaten. SvB
Naar de top van de Mirador
Bezweet en vermoeid bereiken de meiden Kris en Lisanne eindelijk de top. Het is dan, volgens de gegevens bij de foto, 13 uur. De tocht is niet meegevallen. Het pad zwaar, vol stenen. Steil omhoog en het is warm. Ze zijn een stuk door een regenwoud gegaan. Vol vogelgeluiden en geritsel in de struiken. Een betoverende wereld. Maar wel een wereld om kort in te zijn en dan snel terug te keren naar de mensenwereld.
Eigenlijk hebben ze te weinig water meegenomen: twee flesjes uit de supermarkt. Ze nemen een slok en genieten van het uitzicht. Snel een foto, een selfie. Uit de blauwe rugzak haalt Lisanne haar Canon camera. Ze doet technisch niet veel met het ding. Gebruikt alleen de grote knop om af te drukken. Het jaartal heeft ze niet aangepast. Ze haalt haar schouders op over zulke dingen. Ook Kris interesseert het niet heel veel, als hij het maar doet. En het is handig die camera, want daarmee bespaar je stroom van de batterij van je smartphone.
Dus ze maken plaatjes met op de achtergrond de oceaan, hoewel je die niet goed ziet. De lucht is blauw, een enkele wolk. Nu is het leven toch wel weer beter dan op maandag toen alles leek in te storten.
‘Nu moeten we terug,’ zegt Lisanne. Zij bewaakt altijd alles: de tijd, de routes, alles is bij haar in goede handen. Ze is misschien wat saaier dan haar vriendin, maar ze heeft ook haar kwaliteiten. Bij haar ben je veilig en verzekerd van een onbeperkte loyaliteit, ze zal je nooit laten vallen.
Maar Kris wijst op een pad dat van de berg af gaat. ‘Niet doen,’ schudt Lisanne. ‘Geen tijd, de zon gaat om half zes onder.’ Kris kijkt even teleurgesteld. Dan hoort ze vanaf het pad waarop ze omhoog gekomen zijn, een geluid. Voetstappen? Ze ziet een schaduw. Ze voelt dat er iets niet klopt. Ze legt een vinger op haar lippen.
Het geluid stopt. Lisanne kijkt zeer bezorgd. Ze overweegt haar telefoon uit de zak te pakken. Hier boven is toch wel connection?
‘Kom mee,’ zegt ze en wijst op het pad dat aan de achterkant van de berg loopt. Ze lopen naar beneden. Kris voorop. Lisanne er achter aan. Ze zijn stil. Oren gespitst. Er loopt iets of iemand achter ze aan.
Bij een beekje stoppen ze. Lisanne maakt een gebaar naar Kris. ‘Blijf even staan!’ roept ze. Ze pakt haar camera en zet Kris op de plaat. Kris staat op een rots en kijkt serieuzer dan ze altijd doet. Want ze ziet een silhouet achter Lisanne verschijnen. Lisanne doet een grote stap naar beneden en draait zich om. Daar staat een donkere figuur. Ze herkent hem uit Boquete. Hij leek aardig.
Hij is dreigend dichtbij.
Ze werpt de camera naar Kris. Kris vangt het apparaat en richt hem op de figuur.
Ze drukt af.
De laatste foto.
En de beekjes ruisen.
De apen brullen.
De wind waait over de Mirador.
De wolken glijden over de Pacific naar de Atlantische oceaan.
De informatie waar ik mij op baseer, komt van de website: www. koudekaas.blogspot.com