
Sinds gisteren heb ik een You Tube kanaal geopend om over literatuur en kunst te spreken. Je kunt het kanaal vinden via de link: https://www.youtube.com/watch?v=aVrq4CIMP9Q of toets sjoerd van berkel in de zoekfunctie.
Neem eens een kijkje.
Korte verhalen voor op de bank of in bed

Sinds gisteren heb ik een You Tube kanaal geopend om over literatuur en kunst te spreken. Je kunt het kanaal vinden via de link: https://www.youtube.com/watch?v=aVrq4CIMP9Q of toets sjoerd van berkel in de zoekfunctie.
Neem eens een kijkje.

Hakan is vanmorgen al weer vroeg op. Vlak na het morgengebed, dat over de straten en daken van de stad galmt. Niemand vindt dat vreemd, iedereen is er aan gewend. Hij wast zijn oude gezicht dat gevuld is met plooien en rimpels en kijkt in de spiegel. Zijn ogen staan vol zorgen, vindt hij. ‘Ai, ai, ai!’ zucht hij en hij haalt een kam door zijn grijze haar. Hij gaat naar de keuken en smeert een broodje met jam. Dan nog even tandenpoetsen, jasje aan en naar buiten. De vogels fluiten boven het verkeer. Het is mooi weer. Het is in Istanboel eigenlijk altijd wel mooi weer. Hij loopt naar het plein aan de rivier en geniet van het uitzicht. Even een moment, dan moet hij weer aan Aise denken. Hij is gek op haar, zijn lieve kleindochter. De dokters behandelen haar, maar ze weten niet of ze beter wordt. Hakan, de oude man voelt zich erg verdrietig. Ze is zo lief met haar grote, bruine ogen en dat kuiltje in haar kin. Waarom moest zij nou ziek worden? Soms wil hij wel schreeuwen, zo boos is hij over dit onrecht. Hakan heeft het adres van een bijzondere dokter in zijn zak. Het is een dokter die zegt op afstand iemand te kunnen genezen. Hij klopt op de deur van de dokter. ‘Binnen!’ roept iemand. Hakan kan de man niet zien. Die heeft zich verstopt achter een gordijn. Hakan weet dat zijn zoon, de vader van Aise, niet wil dat hij naar zo’n geheimzinnige dokter gaat, daarom vindt hij het spannend. ‘Foto?’ vraagt de man. Hij overhandigt zonder iets te zeggen de foto. De man pakt het aan en steekt een vlammetje aan, achter een geurpotje. Hij spreekt zwaar en vermoeid: ‘Als de wonderganzen overgaan, roep dan Aises naam heel hard, heel hard! Ze zullen schrikken, afbuigen en over haar huis vliegen, vannacht nog. Haast u, u heeft niet veel tijd meer..’ Hij overhandigde een enveloppe. ‘Deze envelop geeft u aan Abdel Kemal, groentehandelaar. Hij zal u een gezegende tas geven die u bij u moet houden als de ganzen overgaan. Ga daarna direct naar het ziekenhuis en laat u niet afschepen door de portier. Ga nu snel en betaal me..’ Hakan overhandigde zijn laatste geld dat hij bezat en vertrok. Hij liep snel door naar de groentehandelaar. ‘Hee Hakan,’ riep Abdul. ‘Tijd niet gezien. Wat kom je halen?’ ‘Spreek niet zo hard,’ zei Hakan zacht. ‘Ik moet je deze envelop geven.’ ‘Ik kan niet lezen,’ lachte Abdul. “Nee hoor, dat is een grapje…’ ‘Goed, geef maar..’ Abdul pakte de envelop. Hij las en lachte. ‘Een netje wondersinaasappelen ha,ha ? Hee Hakan, jij bent leuk man!’ ‘Ssstt!’ siste Hakan. ‘Ze zijn gezegend op afstand..’ ‘O, nou, wat ze ook zijn, ze zijn errug lekker! Dus neem ze!’Hij gaf de tas en lachte nogmaals. ‘Fijne dag, Hakan, ha,ha, ouwe gek!’ Hakan pakte de tas, keek om zich heen en schaamde zich een beetje. Maar baatte het niet, dan schaadde het ook niet. De avond kwam, het werd nacht. De sterren flonkerden boven Istanbul, de oude stad. Het was een zwoele, mooie nacht.
Hakan stond naast zijn huis en zag iets bewegen, een vlucht ganzen trok over, het was een wonderschoon gezicht, hun ranke lijven als silhouetten tegen de maan. Hun vleugels bewogen langzaam en sierlijk. Hakan riep heel hard: ‘Aise! Aise! Aise!’ De vogels schrokken erg van het geschreeuw en draaiden naar het westen, de richting van waaruit ze kwamen.
De oude man haastte zich naar het ziekenhuis, met zijn speciale tas. Zijn kleine lieveling lag daar op de tiende verdieping, aan slangen en monitoren. Hakan keek omhoog naar het enorme gebouw, op de tiende brandde geen licht. Hij ging het gebouw binnen. ‘Goeienavond mijnheer,’ zei de portier. ‘U kunt niet verder. Het spreekuur is van tien tot twaalf ’s morgens en van vijf tot half acht ’s avonds. Mag ik u vriendelijk verzoeken morgen terug te komen?’ ‘Morgen is te laat,’ mompelde Hakan, de oude man. ‘Ik moet haar zien.’ ‘Als u niet weggaat, laat ik u weghalen,’ zei de man streng.
‘Mijn hart is gebroken,’ zuchtte Hakan en hij legde het zakje met de sinaasappels in het hoekje van de hal, naast de rechterdeur. Hij liep naar buiten en bleef achter een zuil staan. Hij zag de portier naar de tas lopen en nieuwsgierig kijken. Zachtjes deed hij de linkerdeur open en liep achter de man langs naar de liften. In zijn zak zat gelukkig nog een wondersinaasappel. De lift kwam. Hij pelde de vrucht alvast af en stapte op de tiende verdieping naar buiten. De lichten waren gedoofd. In de gang waren vele kamers, daar achter sliepen de zieke mensen. Hij kwam bij de deur van Aises’ kamer. Er stonden twee verpleegsters in en twee dokters. Hij hoorde hun stemmen, ze praatten zacht, maar wel ongerust. ‘We moeten iets doen,’ zei de ene dokter, die de kleinste was. ‘Anders is er een kans dat ze de morgen niet haalt..’ ‘Maar wat?’ zuchtte de langste dokter. ‘Alle testen waren goed en toch gaat ze achteruit..’ Hakan schrok hier wel van. Hij zag zijn kleine meisje, waar hij zo van hield. Ze lag met haar arm aan een slang. Naast haar bed stond een machine met knoppen te bliepen. ‘Het arme kind,’ zei de zuster. ‘Zo mager en zo ziek. En kijk eens hoe bleek ze is..’ ‘Ik ga professor Muhramed bellen,’ zei de kleinste dokter. ‘Als iemand het weet, is hij het..’
De zusters en dokters vertrokken en Hakan sloop naar binnen. Hij wist nog niet dat de portier hem gezien had en achter hem aan zat. Hakan kwam dichter bij het bed. Hij aaide zijn kleindochter en een dikke traan drupte over zijn wangen. ‘Hallo Aise,’ huilde hij. ‘Zeg iets kleine..’ Maar Aise zei niets en lag roerloos. Hakan pakte de stukjes sinaasappel en opende haar mondje. ‘Je moet dit eten, Aise,’ snikte hij. ‘Het is van de wonderdokter.’ Hij schoof het fruit erin en ze deed haar mond dicht. Even wachtte ze, toen slikte ze. ‘Het zijn wondersinaasappels, ze zijn gezegend door Allah.’ Nog een keer deed hij haar een stukje in haar mond en nog een keer ..tot de sinaasappel op was.
Toen stormde de portier binnen. ‘Eruit!’ riep de man. ‘Ik ga mee,’ zei Hakan zacht. ‘Ik ga mee!’ ‘Dag liefste,’ huilde hij en streek over haar wang. Zij opende haar ogen. Hakan werd meegenomen en het ziekenhuis uitgesmeten.
Hij zat aan het water van de rivier, die daar al duizenden jaren stroomt. Bij het opgaan van de zon zag hij de wonderganzen weer over zijn hoofd vliegen. ‘Ach wonderganzen,’ mopperde hij. ‘Ik ben bedrogen en Aise, mijn lieve Aise is dood, o Allah, Allah, heb vrede met haar ziel.’
Hij sjokte naar huis en keek in de spiegel. Hij dutte in op de bank. Plots werd er aan de deur gebeld. Hij schrok wakker. Het was zijn zoon, Aises vader. Hakan hield zijn adem in, en wachtte op de mededeling dat ze heen was gegaan. Maar de zoon Ibrahim, pakte hem beet bij de schouders, drukte zich tegen hem aan en snikte: ‘Het gaat beter, het gaat beter met Aise, er is een wonder gebeurd, Allah, Allah is groot!’ Ze renden naar het ziekenhuis en voor de kamer van Aise was het een drukte van belang. Er waren allemaal dokters en leerlingdokters die het wonder wilden zien met eigen ogen. Hakan ontdekte de beroemde kinderdokter Muhramed. Hij hield een stukje schil van een sinaasappel in zijn hand en liet dit zien aan de leerlingdokters. ‘Een stukje van de wondersinaasappel,’ dacht Hakan. De professor nam de zoon van Hakan apart. ‘Uw dochter heeft een ernstig gebrek, laat ik het zo zeggen, ze heeft te weinig vitamines gehad, daar is ze zo ziek van geworden..’ ‘Hoe kan dat nou?’ Ibrahim krabde op zijn achterhoofd. ‘Vitamine C,’ zei de dokter. ‘Dat we dat niet eerder snapten.’ ‘Vitamine C?’ ‘Jazeker en de ziekte die je daar van krijgt noemen wij scheurbuik.’ ‘O, bah, en hoe heeft u dat ontdekt?’ ‘Er lag een sinaasappelschil op haar nachtkastje, toen kwam ik op dat idee, ze was namelijk al aardig opgeknapt, dus ze moet er wat van gegeten hebben.’ ‘Hoe is het mogelijk.,’ haar vader zuchtte. Hij zag Hakan naar hem zwaaien, die liep weg, rechtstreeks naar de wonderdokter. ‘Kom binnen!’ zei de man. ‘Wat kom je doen?’ ‘Ik kom je bedanken,’ zei Hakan opgelucht. ‘Voor de wondersinaasappelen, ze hebben geholpen… ze is beter.’ ‘Allah zegene u,’ zei de wonderdokter. ‘Ga nu, ze wacht op u..’
Hakan wandelde naar huis. Aan de overkant van de rivier zag hij Aise. Ze zwaaide naar hem. De ganzen kwamen een laatste keer over, Aise wandelde over het water. Ze was bijna bij hem. ‘Opa, opa!’ riep ze. ‘Kijk, ik kan over water rennen!’ Hakan zag het en riep: ‘Kom in mijn armen!’ Ze sprong en hij knuffelde haar. ‘Opa, gaan we weer wandelen langs de rivier?’ ‘Ja lieverd..’ ‘En krijg ik dan een snoepje?’ ‘Nee lieverd, je krijgt een sinaasappel.’ ‘Bah opa, ik lust geen sinaasappel..’ zei ze en ze trok een vies gezicht.

De IJmondlijn
In mijn geheugen liggen de beelden soms opgeslagen als oude films in roestige blikken. Maar soms is het mogelijk met wat onderzoek een kleine, onbelangrijke geschiedenis te plaatsen op de tijdlijn van het eigen leven.
Ik leg het uit. Mijn tienjarige zoon zag op zijn tablet een reportage over de voormalige IJmondlijn. Niet veel later liepen we langs de resten van dat spoor dat ooit liep van Amsterdam naar IJmuiden. Ik vroeg mij af of ik ooit iets gezien had van de treinen op die lijn. Ik woonde er immers niet ver vandaan?
De enige herinnering die ik heb aan een treinreis uit mijn jeugd is een tochtje met een vriendje en zijn moeder naar een tante in Enschede. Dus moet ik wel in de IJmondlijn hebben gezeten. Ik herinner me dat bij thuiskomst ons huis vol met visite zat en de Nederlandse band Teach In het Eurovisie songfestival won. Dat klopt allemaal zei het internet: dit was op zaterdag 22 maart 1975. De verjaardag van mijn moeder. Zij werd die dag 31 jaar. Nog heel jong eigenlijk. Daarom zat de kamer vol! Het internet gaf als extra informatie dat het een bijzonder koude, donkere dag was.

De trein waarmee we reden was waarschijnlijk van het type Mat 64, de gele trein met de bolle neus. Ik heb nog een paar flarden van herinnering aan de reis. Ik zie een coupé, rode bankjes en de visnetbagagerekjes. Dat is overeenkomstig met het interieur van een trein uit die tijd.
En daar liepen we dan op een septemberochtend in 2021 met zijn drieën langs de rails, waarvan nog stukken waren achtergebleven. We kwamen langs het eindstation en dit voelde aan als archeologie van de allermodernste tijd. Het spoor dat parallel loopt aan het Noordzeekanaal stopt bij een stootblok, nadat het door een eng tunneltje is geleid. In werkelijkheid liep het nog verder door.
Het is goed dat van het voormalige spoor een wandelpad is gemaakt. Daarmee laten mensen zien dat ze het verleden zien als waardevol, vanwege de vele herinneringen die er nog kunnen zijn aan de reis met het gele gevaar naar de sluizen en de havens. Ook al zijn die herinneringen soms net zo brokkelig als de restanten van het perron van station IJmuiden.





Reed ik door het land,
zag ik kleine meisjes met hun kleine paardjes aan de hand lopen.
En dacht ik: waarom ga je niet op dit mooie dier zitten?
Het oude land met de houten schuurtjes, onder de dakrand de zwaluwen en de vleermuizen en de schapen grazen relaxt en kijken me aan. Wat moet jij hier?
Reed ik door het land, op mijn papabike, naar de tandarts.
Kijk daar stond een schoorsteen gedraaid als een wokkel, de schoorsteen van de chipsfabriek.
De fabriek staat naast de slootjes.
Er zijn erg veel kaarsrechte slootjes hier. Met bootjes in rood en groen.
De mannen heten hier nog Jan of Henk of Gerrit, net als mijn tandarts. Ze bakken brood, halen de kool van het land en stoppen de zoutjes in de oven.
Reed ik door het land.
En betrad de praktijk.
De wachtruimte leeg. Een lege tafel en twee stoelen.
De tijdschriften zijn opgezegd. De wc-deur is op slot.
De tandarts haakt met zijn haakje en spiegelt met zijn spiegeltje.
Altijd spannend als je tandarts iets ontdekt.
Een foto maakt.
Je een dia-raampje binnengeschoven krijgt.
Mijn kies daarna levensgroot op een scherm. Is dat mijn kies?
Toch niks, zegt hij.
Uit mij ontsnapt een diepe zucht.
Dan nog het polijstpapje.
Korrelig als cement. De assistente brengt een doekje en een spiegel, zodat ik even moet denken aan de kapsalon.
Om te voorkomen dat de mensen in het dorp denken dat ik een snuif genomen heb.
Reed ik door het land en zag langs de weg een mand met
bio-aardappelen, for sale
en reclame voor gratis, heerlijke dampende paardenmest.
Even een jaartje laten besterven en dan op je landje prakken
voor supersperziebonen.
Reed ik door het land, hield ik van het land,
van zijn stoere nonchalance en zijn er-lijkt-wel- helemaal
niks- te veranderen.





Ik was gevallen, niet normaal,
ik vloog door de lucht, tijdens een potje tennis,
op het schoolplein, met mijn zoon.
Hij ramde de bal richting de bosjes en ik ging naar de aarde.
Mijn handen schuurden over de stenen en we renden naar huis naar de verbandtrommel,
waar slechts een drietal Goofy pleisters in zaten.
Ook mijn knie lag half eraf – want ik overdrijf graag en ik wil toch dat de lezer verder leest-
en ik voelde mij het kind dat opa’s zelfgemaakte houten kar in het hekwerk van de Zeewijkschool boorde (dat was een kar met een autostuur erop en de wielen van mijn kinderwagen).
Gelukkig viel ik niet op mijn kop, een kwestie van omdenken.
Vandaag waren we in sportwinkel Declathon,
om nieuwe tennisballen te kopen – en een zwembroekje voor een zwemfeestje- toen het brandalarm ging.
Met honderden mensen liepen wij rustig zoals runderen vanaf het weiland, naar de melkmachine in de stal.
Eenmaal toen de vlammen niet uit het dak bleken te gloeien, kochten wij 3 ballenbussen voor de prijs van 2 ballenbussen.
Zo’n bus heeft net zo’n dekseltje als een blikje cola. Ik weet niet waarom. Het staat wel interessant.
Hoe dan ook, mijn kampioen kan weer ballen naar verre exoplaneten meppen.
Een kind dat plezier heeft, maakt mij blij,
ook als ik na een ongelukje een week met mijn hand in een bakje Dettol ontsmettingsmiddel moet zitten.
Ok, dit lijkt op een gedicht, maar waar zijn de emoties?
Eh, die zijn er niet. Is het erg?
Ik doe er een foto bij van een hondje uit Kampen. Dat past helemaal niet bij het gedicht, maar ik vind het wel een leuke foto.

Ssst, ik ben je engel!

De heide bij Nijverdal augustus 2021
Soms heb je weleens dat je foto niet is gelukt eigenlijk door een onverwachte lichtinval. Maar op deze foto lijken mijn schatjes wel te worden uitgelicht. Dus toch maar bewaren.

After we went home, we saw a giant croc in the waters of Alkmaar Noord. It was a big animal looking for some swimming people or someone on a supboard. Do you believe me? I can assure you, the photo is real.
And maybe you believe in bigfoot, or in the monster of Lochness. Now we have our own monster. The Wielingenwegmonster. It is big, it is hungry.and it loves you.
What do you think this is?
Gister belde ze om een uur of vier. Of wij haar op konden halen. Ze had een enorme bos bloemen gekregen na 12,5 jaar dienst voor het Noord West ziekenhuis. Zij is daar al sinds het begin verpleegkundige op de afdeling maag-darm-lever. Het is een lange tijd en ze heeft veel collega’s zien komen en zien gaan. Van harte gefeliciteerd, liefste! Ik doe er een foto bij van toen je nog veel jonger was en startte met je mooie werk.

Anja, ik schat dat de foto eind jaren 80 gemaakt is.

Beste schrijfvrienden,
Ik heb mijn boek ‘Nobel’ over een Hollandse duinkerkerkaper, voor een kritisch oog en dito opmerkingen naar Carla Rosseels gestuurd. Zij woont en werkt in Nieuw-Zeeland en je kunt je manuscripten naar haar sturen. Uiteraard vraagt zij een honorarium, zeker. Heb je een boek of een ander belangwekkende manuscript gemaakt en vind je dat het niet in een lade moet blijven liggen? Stuur het op en laat het bekijken. Ik wacht nu op haar bevindingen.
Veel schrijfplezier en kom uit die schrijfkast!
Haar adres is: https://www.carlarosseels.com/