Mijnheer de Jager

Bij een illustratie van Fleur de Mylle, een Vlaamse kunstenares, heb ik het onderstaande verhaal gemaakt.

Mijnheer de Jager wacht zijn hele leven op de tram die hem naar Atlantis zal brengen. Hij is er klaar voor en alles in hem, van zijn tenen tot zijn kruin zegt dat het nu niet lang meer zal duren. Moeder heeft op haar sterfbed tegen hem gezegd dat de tram naar de Verzonken Stad bij paal 6 zal stoppen. Op een dag, als er drie wolken aan de hemel zijn, dan zal het nog precies 3 minuten en 20 seconden duren en dan zal de tram arriveren. ‘Ga daar staan jongen,’ zuchtte ze, ’op de derde maandagmorgen in mei en neem die kans. Het zal je al het geluk brengen.’  En toen zweeg ze voor eeuwig. 

Voor de zekerheid heeft hij zijn baan opgezegd- toch niet veel meer dan paperclipsen in een doosje doen- en oranje zwemvliezen aangetrokken. In het zand heeft hij sporen gevonden van een tram, die uit zee zou komen en naar zee zou leiden. Het zand is zacht en warm en er is verder niemand. De halte is niet voorzien van een dienstregeling. Had wel handig geweest. Hij vroeg zich af hoeveel het zou kosten. Voor de zekerheid heeft hij al zijn spaargeld, dat in een grote wollen sok onder zijn bed lag, in een koffertje gedaan. Maar misschien betalen ze daar beneden wel met schelpen. Hij heeft een groen kostuum aangetrokken. Daar heeft hij nog eens mee langs de deuren gelopen om plastic zee-egels te verkopen. 

Drie wolken verschijnen in de lucht. Mijnheer de Jager kijkt op zijn horloge. Drie minuten en 20 seconden. De zee wijkt. Het water komt omhoog. Een roestige bak met wielen glijdt op het zand. Overal alg, zeewier, botten van omgekomen zeelieden, en een smerige lucht uit het diepste der diepten. ‘Stap in!’ 

De zoete stem van een zeemeermin? Een mooie vrouw, ze wenkt. De lichten van de tram gaan aan. Hij stapt in. De tram klingelt en knarst achteruit het zoute gewelf van de oceaan in. Eindelijk, daar gaat hij! Maar als ze onder zijn en hij zich gelukkig waant, zakt zijn hart. Op het bord boven zijn hoofd leest hij de dag van de week: zondag.        

Met kleine Thijs in de kinderwagen (2013)

‘Poep!’ riep de medewerkster van de natuurwinkel in mijn richting. Eerst dacht ik nog dat ze het over natuurlijke mest had, het zou niet raar zijn in zo’n natuurlijke productenwinkel, echter dit op deze manier duidelijk maken zou wel een vreemde manier van reclame maken zijn. ‘Poep!’ riep ze nogmaals en ze wees naar de kinderwagen. Ze moest een goeie neus hebben dat ze kon ruiken wat Thijsje had gedaan. Ze kwam op ons af en wees op de banden. Ik zag daar eigenlijk niets, er zaten wel blaadjes aangeplakt. Nou zij wel dus. Ze doodde me met een blik en pakte plastic om de banden te reinigen. ‘Het is wat modder!’ stamelde ik. ‘Het is poep!’ riep ze nogmaals. Thijsje probeerde haar nu ook te kalmeren door een allerliefste brede glimlach van oor tot oor naar haar te zenden, maar zelfs dat kon haar vermurwen. Wij waren boeven en verdienden dat ze ons met een rot ei uit de biologische ren konden bekogelen, of met een tomaat zonder insecticide. We kochten nog wel een natuurlijk papje dat door een collega zakelijk en streng werd afgerekend. Als ze kinderen heeft dan is ze zo’n moeder die de hele dag loopt te zwabberen en te mopperen dat ze met hun baggerpoten op de Chesterfield staan te springen. Thijs is blij dat ie bij ons woont, zegt ie. Mama dweilt weleens fanatiek met de Hara, maar ze gaat er daarna makkelijker mee om.

Lang geleden

Dit is een foto van toen ik nog bij Altra Jeugdzorg werkte en daar op de administratie de lonen deed. Het was een gezellige tijd. we hebben leuke feesten gehad, onder andere op de Zeedijk. Ik was nog niet getrouwd, misschien kende ik Anja niet eens, of net wel. Wij zaten in een hoge toren, naast het station van Amsterdam en keken naar de mensen, de grachten. We zagen Sail binnenvaren en de helikopter met de voetballers van het Nederlands elftal kwam overvliegen. Toen kwam er een nieuwe directrice die zei dat zij een oud huis had laten afbreken. En die woorden zeiden me genoeg. Nu is er van Altra nog weinig over. Altra onderwijs. Dat moest ik overigens doen bij Altra: ik had de taak een nieuw salarissysteem te gaan implementeren. En dat ging helemaal fout. Liep helemaal in de soep. Kwam door niet door mij hoor. Het was de digitale weg die niet mee wilde werken. Vanwege de troep die het veroorzaakte besloot een interim directeur de taken uit te besteden en stond ik met een enkel been buiten. Zo ging het. Geen spijt.

Rap Beroepsgerichte Leerweg bk vmbo


Deze rap is door mij deze week gemaakt, voor mijn leerlingen van de beroepsgerichte leerweg. Ik heb hem ook voorgedragen in de klas.

Rap Beroepsgerichte Leerweg  bk vmbo

Al die stress

In de les

En die theorie

Krijg het niet in mijn kop

Dat ik zeg

Stop

Ik wil werken

Met mijn handen

Voor een job

Dat leren

Dat kan ik niet

Krijg het niet in mijn kop

Wat ik ook doe

Ik word moe

Van die theorie

Ik kan het niet

Ik kan het niet

  En mijn vader die wordt kwaad

  En hij dreigt

  Je gaat naar bijles

  Anders is het te laat

 Je gaat van de straat

 Ik splash je telefoon

 Maar papa,

 Ik ben je zoon

 Maar ik kan het niet

 Het lukt me niet

 Laat me gaan   huiswerk ho ho no

 Laat me gaan   huiswerk ho ho no

 Ik vind een baan

 En ik kook je soep

 Clean je troep

 Metsel je muur

 Helemaal niet duur

 Giet je lood

 Bak je brood

 Laat me gaan huiswerk hoho no

 Laat me gaan huiswerk hoho no

 Dat leren zit me tot hier

 En de mentor zegt

 Waarom ben je in de les een klier

 En dat lezen meester

 Dat is niet voor een mens,

 Maar voor een dier

 En als jij later langs de kant staat met pech

 Dan kom ik die kar voor je maken

 Want ik leer met mijn handen

 Mijn handen zijn mijn brein

 En niemand krijgt ze klein

 Laat me gaan huiswerk hohono

 Laat me gaan huiswerk hohono

 Papa laat me gaan

 Huiswerk hohono  

 Laat me gaan huiswerk hohono

 Laat me gaan huiswerk hohono

 Papa laat me gaan

 Hohono

 hohono

Er zit een koe in de brievenbus

Er zit een koe in de brievenbus. We willen graag weten hoe zij erin gekomen is. Maar hoe krijgen we de koe eruit? Ze is in zijn geheel verdwenen in de bus. Een echt wonder is het. Moeten we aan haar staart trekken? Ze zegt dat het ook niet haar schuld is, maar dat ze er plotseling in zat. Ze stond in de wei en het volgende moment zat ze hoepla in de bus naast het wijkkrantje en een aanmaning van een deurwaarder. Ze loeit aan een stuk door en ze moet dringend gemolken worden. De buren staan nu voor de deur te kijken naar het dier. Zij praten smalend over een lekker biefstukkie, maar daar willen wij niets van horen, wij willen de koe levend uit de bus halen. Nu zult u zeggen dat het toch een kwestie is van de bus openmaken met een sleutel of een snijbrander, maar wij hebben dat geprobeerd en de koe zit met haar hals vast in de klep. Een ernstig probleem inderdaad. Iemand stelde voor haar in te smeren met Hollandse roomboter en haar dan eruit te sjorren.

Ik denk zelf nu: als ze erin gekomen is, dan moet ze er ook uitgetoverd kunnen worden. Bij deze dan ook een oproep aan diegene die dit heeft gedaan om het ook weer ongedaan te maken. Ze heeft namelijk ook wat koeienvlaaien gemaakt op de post en de krant van vandaag. En we hebben bezoek gehad van een paar stoere stieren, dus we durven ook  niet meer naar buiten. Help ons.

vriendelijke groet,

familie van Berkel

De Bruid van Reyde: gedichten van Leontine Wagter (1966)

Deze week ontving ik een dichtbundel geschreven door de Groningse dichteres Leontine Wagter. In deze bundel neemt zij ons mee op haar persoonlijke reis door het mystieke hogeland en de sterren in het universum, op zoek naar liefde en verbondenheid met het aardse leven.

Ook het verlangen naar heelheid is een groot en belangrijk thema in dit werk dat vele, fraaie illustraties kent van onder andere Geert de Brabander en Marius de Schaar.

Een mooi treffend voorbeeld van haar uitstekende werk is het gedicht:  mijn liefste

mijn liefste

ik schrijf je nu in mijn thuishaven

de meeuwen heb ik op zee gelaten

schaar me nu onder stadse raven

zo ver van jou uit zicht verlaten

eerder zag ik je nog op golven deinen

toen ik pure zijde vervoerde

en de horizon zag verdwijnen

witte duiven jouw naam uitkoerden

eens zal ik opnieuw uitvaren

met één en dezelfde dromen

hoop opnieuw jouw gelaat te ontwaren

dat mij voor nu is ontnomen

Leontine Wagter,

Uit: De Bruid van Reyde; Uitgeverij de Wilg, 2020

Een duif met een cadeautje

Het was een prachtige, wonderschone zomeravond. Stijf was ik, nog altijd, maar wel de enige die naar de donkerpaarsblauwe pracht van de haag van sterren stond te kijken. Zo lang binnengeweest. 

De mensen, de buren, zij keken naar de voetbalwedstrijd. En toen gebeurde het, mijn vriend, toen gebeurde het. Er klapwiekte een duif door mijn lauwe vrede. Ik zag direct dat er iets aan de hand was met haar, want ze vloog traag en laag, alsof ze een knobbelzwaan van 12 kilo was. Ik scherpte mijn blik, dat werkte nog godzijdank, en merkte op dat zij een prachtig ingepakte doos in haar snavel droeg. Als een cadeautje, met een lint eromheen. 

Dat bevreemdde mij zeer, mon ami, het was heel weird. Een duif met een cadeautje. Midden in de zomernacht, als het nou kerst was. Ik staarde haar met open mond na en plotseling verdween zij aan de roze horizon uit beeld. Het pakje in haar bek. Al peinzend hinkte ik naar huis met gedachten in mijn hoofd. Kan een duif een doos stelen, zoals kraaien het gemunt hebben op sieraden? Nee, dacht ik, dat is heel vreemd. Ik vertelde het mijn vrouw die me bezorgd aankeek.

‘We staan twee nul achter,’ zei ze dof. ‘Jij hebt dus niks gezien?’ vroeg ik zacht en bescheiden. ‘Nee,’ zei ze, ‘wil je een biertje?’ En terwijl ze inschonk lette ze met een oog op het scherm. ‘Een duif met een cadeautje, dat is wel raar Ron, misschien moet je.., misschien is het wel een boodschap aan jou.’ 

Ik staarde haar verbluft aan. Mirjam, nooit zweverig, altijd right to the point, mijn stoere motorrijdster, moestuinfanaat, klusjesvrouw. ‘Een boodschap. Wat voor boodschap?’  ‘Wel, dat je een presentje voor me moet kopen!’ We gniffelden allebei en loerden uit het raam als spionnen van een geheime dienst. Geen duif te bekennen. ‘Niemand zal ooit weten wat er in dat pakje zat Ron,’ zei ze, ‘maar wie het heeft gezien, moet het zelf uitpakken, dat mooie cadeau.’

‘Ik ken je zo niet Mir,’ zuchtte ik. Ik zag een vochtige glans uit haar ogen naar beneden druppen. ‘Jij Ron, jij moet je hart weer gaan volgen, je bent zo triest geworden, zo teleurgesteld.’ Nu moest ik ook slikken, dat begrijp je. ‘Ga weer dansen Ron, dan maak je mij ook weer gelukkig, word weer mijn kampioen, je doet me pijn zoals je nu leeft.’ 

Ik vroeg me af hoe ik dat moest doen met mijn kunstbeen, maar als je iets echt wilt kan het, zelfs met een houten poot. Dus ik strekte mijn armen, sprong op, tapte als Fred Astaire met mijn goede been en rolde om van een heuveltje. We lachten zo hard dat het schuim  van mijn biertje uit het glas stroomde. Sorry. 

Op mijn schouder voelde ik iets neerkomen. Een vogelstrontje. ‘Geen vogel te zien motormuis,’ hikte Mirjam, ‘de duif wil je nog groeten.’

Ja, vriend, ik weet niet wat ik ervan moet denken en jij ook niet, maar neem er nog eentje van mij en geloof me: ik ben zo blij dat ik me weer zo licht voel, ik heb er weer zin in.          

Illustratie van Fleur de Mylle

Perron 1

Perron 1 (het gesloopte station)

Hier nam ik afscheid van jou op het perron,

het was een zachte avond,

in de late zomerzon.

Een laatste zoen,

langs je wang een traan,

een: schrijf je wel,

je zei: ‘Hij komt eraan.’

De intercity nam je mee

en ik zag je nooit meer

de fluit klonk om half twee,

dat was hier ongeveer.

Dit station is nu gesloopt,

maar niet mijn hoop, Desirée,

stap uit en kus me

in het puin van perron 2.

En het sluitsein van de trein,

het rode licht, wordt langzaam vaag,

ik ben gelukkig zonder jou,

ik ben heel dom gelukkig,

op een ingestorte halte,

vandaag.

Gezocht: bezorger van medicijnen

Ik las onlangs een vacaturetekst. Die ging als volgt:

“Voor een bedrijf in Zaandam zoeken we gemotiveerde krachten die minimaal een jaar een rijbewijs B hebben. Je zult medicijnen bezorgen bij mensen thuis. Dagelijks tussen ongeveer 9.00 en 10.00 uur krijg je telefoon over je starttijd. Daarna start je tussen ongeveer 11.00 en 14.00 uur en eindig je tussen ongeveer 18.00 en 21.00 uur. Je hebt dagelijks ongeveer 60 stops. Salaris is afhankelijk van leeftijd, maar maximaal 9.70 bruto per uur. In het bezit van een navigatiesysteem. Heb je interesse? Reageer dan nu door online te solliciteren. Als je niet aan de voorwaarden voldoet zullen we geen contact met je opnemen.”

Ik fantaseerde hier het volgende bij:

Je rost door rood, je knalt je bus voor de deur, oeps, een deukje in de bumper, gelukkig niet van dat ouwe ding dat je hebt gekregen, maar van zo’n invalidenautootje, shit, de invalide zat er nog in. Nou ja, hopelijk is hij niet dood. 

De eerste versnelling blijft steeds hangen. Moet je  optrekken in zijn twee. Er is ook een luchtje om van te kotsen, raampjes maar open, wat zouden ze hebben uitgespookt in dat ding? Ja mensen, dit is uw medicijnenbezorger, maar in de Zaan heee, je weet dat je hier alleen stapvoets ken rijden, piepkleine straatjes, geen doorkomen aan. Radio effe an voor de fileberichten. Ach, laat maar, dit dorp is een en al verstopping. Ik dacht net aan die medicijnen, moeten die niet precies op tijd worden ingenomen? Ik werd net stilgezet door de politie, ze wilden mijn papieren zien, ja zo kom ik nooit op tijd met die hartpilletjes. Dat gaat doden opleveren. 

Zorg in Nederland, en waarom kon dit niet op de fiets? Man, ik was met het fietsie al drie keer klaar geweest. Nou, weer zo’n straatje in. Kijk, ze staan al klaar bij de deur. Beetje razend. Zal ik het pakje dan maar door het raam flikkeren. Scheelt ook weer tijd. Zestig adressies, dat zijn er 7 per uur, geen tijd te verliezen mensen. Fuck, ze staan al voor mijn bus. Een familielid, opa begint blauw aan te lopen, of ze aan de andere kant van de stad meer betalen? Ik zou het niet weten mevrouwtje, ik ben maar de bezorger, niet de dokter. Vlug dat pakkie. Nou, kom op, zeur niet zo en neem dat ding aan, neem het aan van dit loonslaafje. 

Ik moet pissen onderhand, geen tijd voor in dit schema. Die boom daar dan maar nemen? O nee, die politieflik staat er weer. Dan heb ik straks een prent voor wildplassen. Doe maar niet. Hup, in zijn achteruit, blijft ook hangen. Gloeiende, wat een hondenbaan. En de batterij van de Tomtom is ook leeg, waarom moet ik mijn eigen systeem meenemen? Ik heb die nooit bijgewerkt, soms kom ik bij een rotonde, kent hij nog niet. Nou ok, vooruit. O jee, een appje. De baas. Of ik nog even langs een apotheek kan, want ze zijn wat vergeten te leveren. Hebben ze wel door hoe de medicijntjes in dit land aan de ouderen gebracht worden? Was ik maar Sinterklaas, dan had ik een paard, dat ging een stuk sneller. 

Die 9 euries 70 dat is ook nog bruto ook, dus daar gaat ook nog wat van aan de schatkist. Doe je daar je best voor. Als ik zo doorga, moet ik straks zelf nog aan de medicijneninfuus. Ik zag die man van de post weleens met zo’n bussie rondrijden, die zag er ook niet vrolijk uit.  Zo, adresje 23, dat zijn er nog 37, maar tegen die tijd is de helft al overleden, dus dat scheelt. Zet ik die patatkar bij dat nieuwe Zaanse gemeentehuis en dan wacht ik tot het negen uur is. Wat een baan. Zeg minister van de arbeid word het niet eens tijd dat we eens gaan kijken wat die rotbaantjes die er nog over zijn allemaal inhouden? Wel je een daggie met me ruilen? Ik nou ga ik pissen tegen de banden van deze formule 1, want ik mag natuurlijk wel zeiken tegen mijn eigen schicht, of mag dat ook niet?   

John (37), oud-werknemer KPN, inmiddels drie jaar thuis en zo blij als een klontje met zijn nieuwe baantje

Bedenk een luxeprobleem waar je eens iemand over hebt horen klagen. Schrijf nu een recht voor zijn raap adviescolumn aan degene met dat probleem.

Beste Julia,

Jij hebt een probleem, zeg je. Je klaagt er de hele dag over op ons advocatenkantoor. Ik word er groen en geel van, van jouw probleem. Het is namelijk geen probleem, het is een luxeprobleem, dus geen echt probleem. Het is misschien een probleem voor jou, maar niet voor mij, niet voor de collegae en de rest van de juridische wereld.

Jouw probleem is het volgende: welke tas zal ik volgende week meenemen op mijn vakantie naar Ibiza? Zal ik mijn rode tas op wieltjes meenemen of mijn roze weekendtas met het opschrift: ‘I love lesbian.’ Je bent niet eens lesbisch. Jouw probleem is dat jij aandacht wil, Julia, want niemand van onze afdeling wil weten dat jouw rode tas op wieltjes zo handig is op het vliegveld om mee naar de incheck te rollen. Weet jij wel hoeveel tenen jij daarmee beschadigt, Julia?

En besef jij wel dat zo’n wieltje af kan breken? Julia, onder ons: jij hebt geen 30 liter koffer nodig en geen 30 liter tas. Ik reken je voor wat je nodig hebt: een miniscuul bikini’tje, een pakje condomen, je aansteker, een toilettas met je tandenborstel en pasta en meer niet. Je haarborstel laat je thuis. Krijg je zo’n lekkere wilde Ibiza haardos van.

En doe deze spullen in een Dirk van den Broek tas. Morgen ga ik deze brief hardop voorlezen als jij weer over je tassenprobleem begint. Zo hard mogelijk, want jij hebt recht op de waarheid.

Je collega Bianca

Nb: stop met kijken naar Patrick, want hij is van mij (al weet hij dat nog niet) 

Uit: 333 dingen om over te schrijven 2020