Een avond in Amsterdam. Aan de bomen, langs de gracht, hangen misschien wel duizenden lichtjes. Wel mooi, maar is dat ook milieuvriendelijk? De Bijenkorf lijkt wel een buitenaards object, een zojuist gelande vliegende kubus, zo stralend verlicht. De Dam zelf is gek genoeg vrijwel leeg. Geen hamburgerkeet, geen ijsbaan, geen kermis en: geen kerstboom. Huh? Ik weet dat de gemeente al vroeg in de zomer een medewerker naar Duitsland stuurt om daar een joekel van een boom te scoren. Het is een kwestie van aanbellen en in je beste Duits vragen of die boom omgezaagd mag worden voor de Weihnachten. De Duitser in kwestie is meestal vereerd dat zijn boom nog in de volle glorie mag staan. En de tuin wordt er ook weer zo lekker licht van. Dus waar is de kerstboom? Of ben ik te vroeg? Als ik volgende week kom staat er een boom tot in de hemel, een drietal ijsbanen, een schiettent en een suikerspinnenhandel. Soms kunnen die dingen bliksemsnel komen, net zo snel als ze weer kunnen verdwijnen. Wonderlijk is dat. Maar de drukte in dit gebied blijft. Net als de vraag waarom de drommen precies hier op afkomen. De man die naast me loopt vertelt over de joint die hij heeft gekocht, voor zijn zieke vrouw. Dan heeft ze minder pijn. Wel fijn dat je dat hier bij je kunt hebben zonder gearresteerd te worden. Op veel plekken op de wereld zouden ze het verhaal van je zieke vrouw niet geloven en je in de kerker smijten. Heerlijke stad. Jammer dat ik weer naar huis ga. Misschien kan iemand me vertellen of de boom er inmiddels al staat.
De mysteries van ons leven
Ik ben een nuchtere persoon en kijk kritisch naar het begrip mysterie. Toch zal je het met me eens zijn dat we allemaal weleens te maken hebben met vreemde toevalligheden, of dingen die je niet kunt verklaren. Iedereen heeft weleens meegemaakt dat je denkt aan iemand en dat dan de telefoon gaat. Of dat je hoort dat sommige mensen weten dat ze gaan sterven, hoewel daar geen enkele aanwijzing voor is. Mijn grootvader had dat. Hij huilde plotseling, twee dagen voor zijn dood. Toch was er ogenschijnlijk niets met hem aan de hand. Er zijn momenten dat het lijkt alsof het leven nog een dimensie heeft die nog niet gemeten kan worden. Het gaat boven je verstand. Ik zat eens aan een tafel met een stel vrienden in een onbekend, oud huis. Boven ons hoofd hing een grote, zware lamp aan een armatuur . We babbelden over politiek en kunst, toen plotseling de lamp begon te zwaaien. Er was geen enkele aanleiding voor. We onderzochten de lamp, maar konden geen verklaring vinden. In de straat was geen vrachtverkeer en verder bleef alles op zijn plek. Een lichte aardbeving zou kunnen, maar dan had de rest ook wel hebben gebeefd of bewogen. Dit ging in ieder geval in tegen Newton’s bewegingswetten. Een ander klein voorval dat ik me herinner is dat ik op een ochtend, toen ik nog in bed lag, een schaduw mijn kamer zag binnenglijden. Ik zat direct rechtop, ik was hevig geschrokken. Een verklaring zou kunnen zijn dat ik nog droomde. Een ander bizar voorval dat ik hoorde uit de familie: de telefoon ging en een man zag in het display het nummer van zijn overleden zwager. Hij belde terug naar de achtergebleven vrouw en zij ontkende te hebben gebeld. Toeval? Een storing? Ik ben benieuwd naar ervaringen van anderen. Ik vind persoonlijk dat we deze zaken serieus moeten onderzoeken. In ieder geval daar niet bang voor zijn.
Dus: wat heb jij meegemaakt dat je nog steeds moeilijk kunt verklaren? En durf je daarover te spreken?
Kerst, zoals het nu is.
Als ik nu in mijn achtertuin een groene alien vond met een enkel oog in zijn voorhoofd en drie benen, hoe zou ik hem, haar, of het uitleggen wat kerst is? Het is een feestje omdat het zo donker is, maar donkerder wordt het niet en daarom planten we een boom in onze kamer zoals onze opaopaopa’s dat deden. In die boom hangen we ballen, dat is wel gek en dat kan ik niet verklaren. Het is net zo als dat mensen ook oorbellen dragen. Dat is mooi, maar waarom we het doen, weet niemand. Lang geleden kwamen er mensen die dat feest wilden verbieden. Ze vonden het te woest, te heidens. Zij vertelden over het kindje Jezus, dat was veel belangrijker. Helaas voor deze mensen bleven de woestelingen hun boom herdenken. Alleen nu met het kindje Jezus eronder. Toen, vele jaren later, verzon iemand er een kerstman bij. Een neef van sinterklaas. Hij bracht geschenken bij de boom. Er is een overeenkomst met de cadeautjes die Jezus kreeg bij zijn geboorte, maar dat staat er waarschijnlijk los van.
En dan sneeuw. Bij dit feest zou een dik pak sneeuw horen. Ik denk dat dat uit het hoge noorden komt. Bij ons ligt er weleens sneeuw, meestal in het oosten van het land. Bij mij aan de kust is het al gauw een natplakkerig zootje.
Dat kerstfeest van ons is in zijn huidige toestand een ratjetoe van gebruiken die her en der vandaan komen. En nu de islam opschuift naar het westen, zou het zomaar kunnen dat er in de toekomst elementen van het suikerfeest door de troebele kerstsoep worden geroerd.
Mij spreekt die boom wel aan. Ik ben wel een bomenknuffelaar. En het kerstkind dat arm in een stal ligt, vind ik ook ontroerend. Wat wil jij graag behouden van het kerstfeest?
Angstige ogenblikken
En ik was weleens bang hoor, of nee niet echt bang, meer bezorgd. Twee keer in mijn leven was ik echt bang. De eerste keer liep ik met een studiegenoot door donker Amsterdam. Het waren de jaren waarin je beter niet op de Zeedijk kon komen. De situatie daar was volledig uit de hand gelopen, door de straathandel in drugs. Straatrovers maakten de dienst uit. Een agent werd doodgestoken, een ander neergeschoten. Mijn studiegenoot kwam ook uit de provincie en we namen de kortste weg naar het station. We staken de Nieuwmarkt over en gingen een straat in: de verkeerde. De Zeedijk. ‘Potverdomme!’ riep mijn studiemaat terwijl hij naar een straatnaambordje wees. Ik zei rustig: ‘Gewoon doorlopen Koen, niet om je heen kijken, kijk ze niet aan.’ Vanuit de portieken werden we begluurd, het waren lange meters. ‘Het sneeuwt,’ zei ik opbeurend. ‘Daar houden ze niet van.’ En dat klopte: neerslag is de beste diender. We bereikten zonder kleerscheuren de kop van de Dijk.
De tweede keer dat ik in een nachtmerrie terecht kwam, was midden op zee, vlak bij Denemarken. Wij waren met zes mannen op een klein zeiljacht, vanuit Larvik, onderweg naar Scheveningen toen een dikke, dichte mist ons overviel. We zagen helemaal niets meer. Dat is op zich vervelend, maar het angstige eraan is dat grote schepen, containerboten, plotseling uit de mist kunnen opdoemen. Zij kunnen niet uitwijken. Wij probeerden met onze oren, bovendeks en met de zwemvesten aan, goed te luisteren. We hadden ook radar, maar het bleek na een oproep dat de schepen ons niet konden zien. De radarreflector deed het niet. We hebben toen al het aluminium dat we konden vinden als een grote bal in de mast gehesen. We zijn goed aangekomen in de haven van Scheveningen. Daar zijn we van boord gegaan en toen is de boot op mysterieuze wijze gestolen door twee Duitsers.
Wanneer heb jij voor het laatst echt diep in de piepzak gezeten?
Eerste blogbericht
Dit is je eerste bericht. Klik op Bewerken om het aan te passen of te verwijderen, of maak een nieuw bericht aan. Als je wilt, kun je dit bericht gebruiken om lezers te vertellen waarom je deze blog bent begonnen en wat je ermee wilt doen. Als je hulp nodig hebt, kun je de vriendelijke mensen van de ondersteuningsforums hierom vragen.